Het behoud van afspeel- en weergaveapparatuur voor audiovisuele kunst.
Een onderzoeksproject van PACKED in samenwerking met Nederlands Instituut voor Mediakunst (Amsterdam), M HKA en S.M.A.K.. Periode: 2009-2011.
Het doel van dit project is de digitalisering en de langetermijnbewaring te verbeteren en te verzekeren van audiovisuele kunstwerken die worden bedreigd door het in onbruik raken van de noodzakelijke afspeel- en weergaveapparatuur.
PACKED ontvangt voor de uitvoering van dit project een internationale projectsubsidie in het kader van het cultureel-erfgoeddecreet. Als reactie op de subsidieaanvraag ontving PACKED:“De minister meent dat de kwaliteit van het inhoudelijke concept en de concrete uitwerking hoog is. Het betreft een reële en urgente problematiek met groot belang voor het cultureel-erfgoedveld in Vlaanderen. Het project heeft dan ook een voorbeeldwerking. De internationale samenwerking met Nederlandse instellingen kan de expertisedeling en kennisuitwisseling verhogen.”
Met dit project starten PACKED en NIMk - Nederlands Instituut voor Mediakunst – Montevideo / Time Based Arts (Amsterdam) een intensieve samenwerking voor een periode van twee jaar. De ervaring heeft uitgewezen dat, gezien de complexiteit van de materie en de beperkte omvang van de werkingsmiddelen, kennis over dergelijke zeer specifieke aspecten van conservering niet kan worden ontwikkeld (en dus ook niet kan doorstromen naar de kunsten- en erfgoedsector in Vlaanderen) zonder een stevige internationale samenwerking. Het project zal zich in een eerste fase (01/07/2009 - 30/06/2010) richten op een reeks videogebaseerde werken, en in een tweede fase (01/07/2010 – 30/06/2011) op reeks computergebaseerde werken.
Andere partners in het project zijn in Vlaanderen M HKA en S.M.A.K., en in Nederland Kröller-Müller Museum, Stedelijk Museum Amsterdam en Instituut Collectie Nederland (ICN).
Achtergrond van het project:
De archivering van audiovisuele kunstwerken vraagt een (pro-)actief preserveringsbeleid. Zowel analoge als digitale formaten en dragers zijn immers onderhevig aan technologische veroudering, zodat omzettingen naar een nieuwe technologie zich frequenter opdringen. De houdbaarheid van audiovisuele kunstwerken wordt niet alleen bedreigd door de chemische samenstelling van hun dragers (videoband, filmpellicule, …), maar eveneens door de snelle technologische evolutie die resulteert in een steeds kortere levenscyclus van de afspeelformaten (Super-8, VHS, bestandsformaten) enerzijds, en van de afspeel- en weergaveapparatuur (beeldbuisschermen, ¾” U-matic afspeeltoestellen, computers, afspeelsoftware) anderzijds.
Binnen de langetermijnbewaring van audiovisuele kunstwerken onderscheidt men verschillende strategieën: opslag, migratie, emulatie en herinterpretatie.
- Onder opslag verstaan we het bewaren van het audiovisuele kunstwerk in zijn oorspronkelijke vorm. Dit is de meest vertrouwde conserveringsstrategie voor musea. Het belangrijkste nadeel van deze bewaringsstrategie is dat ze eigenlijk niet volstaat voor mediakunst. Zodra de drager, het afspeelformaat of de afspeel- of weergaveapparatuur in onbruik raakt, sterft immers ook het kunstwerk zelf.
- Migratie betekent het upgraden van de audiovisuele informatie en de afspeel- en weergaveapparatuur. Het belangrijkste nadeel van deze strategie is dat de oorspronkelijke verschijning van het kunstwerk waarschijnlijk zal veranderen op de nieuwe drager. In de analoge wereld gaan dergelijke omzettingen bijna altijd samen met kwaliteitsverlies (het zgn. ‘generatieverlies’). Mits de nodige voorzorgen kan dit cumulerende generatieverlies door digitalisering worden gestopt.
- Emulatie betekent het zo goed mogelijk imiteren van de originele verschijning van het werk met behulp van nieuwe of andere afspeel- en/of weergaveapparatuur. Het nadeel van emulatie kan zijn dat het een dure actie is die niet overeenstemt met de intentie van de kunstenaar.
- De radicaalste conserveringsstategie is de herinterpretatie telkens het werk wordt getoond. Het is een gevaarlijke techniek wanneer ze niet wordt gewaarborgd door de kunstenaar zelf, maar in sommige gevallen is het de enige manier om bijvoorbeeld installaties te tonen die verschillen naargelang hun tentoonstellingscontext.
Aangezien de houdbaarheid van audiovisuele kunstwerken mede wordt bedreigd door de steeds kortere levenscyclus van de afspeelformaten en van de afspeel- en weergaveapparatuur, moet men niet enkel de werken zelf bewaren maar ook de afspeel- en weergaveapparatuur die in onbruik raakt. De belangrijkste redenen hiervoor zijn:
- Om de audiovisuele werken te kunnen migreren en te digitaliseren, dient men ze nog te kunnen afspelen met de originele afspeelapparatuur;
- Migratie, emulatie en herinterpretatie zijn niet in alle gevallen mogelijk. Wanneer de originele afspeel- en/of weergaveapparatuur intrinsiek onderdeel is van het werk, zou men de authenticiteit van het werk kunnen schaden als men ze vervangt. Hier is de bewaring van de originele afspeel- en/of weergaveapparatuur noodzakelijk om het werk nog zo lang mogelijk publiek te tonen. Zonder deze apparatuur zijn de werken immers ‘dood’. Hoe sterker de band tussen de apparatuur en het werk, hoe kwetsbaarder een werk is. (Het is goed hierbij te bedenken dat zelfs bij een goede bewaring de afspeel- en weergaveapparatuur ooit stuk zal gaan en in onbruik zal raken.);
- Zowel het migreren, digitaliseren, emuleren als het herinterpreteren van audiovisuele kunstwerken zijn delicate handelingen omdat ze de ‘look and feel’ van het werk kunnen aantasten. Een vergelijking van de nieuwe ‘look and feel’ met de originele, is in vele gevallen slechts mogelijk als men beschikt over de originele afspeel- en weergaveapparatuur.
Doelstellingen:
In Vlaanderen en Nederland is er reeds onderzoek gevoerd naar de langetermijnbewaring en de digitalisering van audiovisuele kunst, maar hierbij is de bewaring van de originele afspeel- en/of weergaveapparatuur voor mediakunst weinig aan bod gekomen. Ook over de emulatie en herinterpretatie van mediakunst is in Vlaanderen en Nederland nog nauwelijks onderzoek gedaan. In het buitenland is dit al wel gebeurd, maar slechts in beperkte mate en het ontbreekt de sector van de audiovisuele kunsten nog steeds aan een bruikbaar en internationaal aanvaard geheel van richtlijnen.
Met dit Vlaams-Nederlandse project willen PACKED en NIMk samen:
Dit project is noodzakelijk omdat de toekomst van een reeks kunstwerken in museacollecties in Vlaanderen en Nederland wordt bedreigd door het in onbruik raken van afspeel- en weergaveapparatuur. Het project zal zich in belangrijke mate toespitsen op concrete video- en computergebaseerde werken die worden bewaard in het M HKA en S.M.A.K., en waarvan een aantal deel uitmaken van de Collectie Vlaamse Gemeenschap. De conserveringsproblemen die zich bij deze werken stellen zijn exemplarisch. Mogelijk kunnen de geformuleerde oplossingen nadien ook worden toegepast op andere werken.
De videogebaseerde werken waren:
° Oratorium voor geprepareerde video player en acht monitoren (Frank Theys, 1989, collectie M HKA)
° TV-Quiz Dekor, 1993 (Guillaume Bijl, 1993, M HKA collectie, eigendom van de Vlaamse overheid BK 6880)
° Untitled (Carl and Julie) (David Claerbout, 2000, M HKA collectie, eigendom van de Vlaamse overheid BK 7218)
° Insert Coin (Hans Op de Beeck, 1999, M HKA collectie, eigendom van de Vlaamse overheid BK 7215)
° Bach Two Part Invention (Jonathan Horowitz, 1998, S.M.A.K. collectie, eigendom van de Vlaamse overheid BK
7048/G66)
° Mon - Sun (Jonathan Horowitz, 1996, S.M.A.K. collectie, eigendom van de Vlaamse overheid BK 7057/G72)
° Battered Tears (Dennis Oppenheim, 1994, S.M.A.K. collectie)
° Das Endes des Jahrhunderts (Klaus vom Bruch, 1985, S.M.A.K. collectie)
° Black and White (Nan Hoover, 2001, NIMk collectie)
° Straggling (Christiaan Bastiaans, 1995, Kröller-Müller Museum collectie)
° Project I-'90 (Peter Struycken, 1989-90, Stedelijk Museum Amsterdam collectie)
° Panta Rhei (Ricardo Füglistahler, 1988, ICN collectie – onder voorbehoud)
° Mill x Molen (Bert Schutter, 1982, ICN collectie - onder voorbehoud)
De computergebaseerde werken waren:
° I Hate (Imogen Stidworthy, 2007, M HKA collectie)
° HeadNurse (Anne-Mie Van Kerckhoven, 1989-1999, S.M.A.K. collectie, eigendom van de Vlaamse overheid BK 7434/G96)
° Mondophrenetic™ (Herman Asselberghs, Els Opsomer and Rony Vissers, 2000)
° I/Eye (Bill Spinhoven, 1984, NIMk collectie)
° 'lichtkrant' (Jenny Holzer, Kröller-Müller Museum)
Het ging om werken van zowel Belgische als buitenlandse kunstenaars, allen met een grote internationale reputatie.
In samenwerking met de kunstenaars werd ook onderzocht of de reeds beschikbare documentatie over een aantal werken van Frank Theys (De Kus 2), Guillaume Bijl (James Ensor in Oostende, 2000), David Claerbout (Ruurlo, Bocurloscheweg, 1910 and The Stack), Hans Op de Beeck (My Brothers Garden, Gardening and Location I) en Anne-mie Van Kerckhoven (Terezin), die onderdeel vormen van de collecties van de Vlaamse overheid, M HKA en/of S.M.A.K., nog steeds up-to-date en voldoende is om de lange termijn preservering van deze werken te kunnen garanderen.
Beoogde effecten:
Dit project beperkte zich niet enkel tot onderzoek, maar maakte de resultaten van dit onderzoek d.m.v. webpublicaties en workshops in Vlaanderen en Nederland ook beschikbaar voor de musea, de Vlaamse overheid, de kunstenaars, de galerijen en andere kunstverzamelaars, het onderwijs en verzamelaars van in onbruik geraakte apparatuur.
De belangrijkste rechtstreekse beoogde resultaten waren:
1. Een reeks praktische richtlijnen i.v.m. de bewaring van audiovisuele kunstwerken die worden bedreigd door het in onbruik raken van de afspeel- en weergaveapparatuur, en i.v.m. de bewaring van de benodigde apparatuur, gekoppeld aan enkele best practices;
2. Een inventaris van beschikbare afspeel- en weergaveapparatuur voor audiovisuele kunstwerken, en van de technische kennis over deze apparatuur. De musea verzamelen apparatuur vooral in functie van hun zelfvoorziendheid. Het kan dan ook geenszins de bedoeling van de inventaris zijn om musea te verplichten deze apparatuur uit te wisselen. Het is wel de bedoeling dat de kennis over de apparatuur beter wordt uitgewisseld;
3. Een inventaris van beschikbare digitaliseringsdiensten voor in onbruik geraakte afspeelformaten, en van de toekomstperspectieven van deze diensten;
4. Een reeks praktische richtlijnen i.v.m. de emulatie van audiovisuele kunstwerken, gekoppeld aan enkele best practices.
Deze resultaten werdeb ter beschikking gesteld van de verschillende doelgroepen. Dit gebeurde door:
- De publicatie van een onderzoeksrapport. Dit onderzoeksrapport zou de vorm krijgen van een handboek dat gratis zal worden verspreid via de websites van PACKED en het NIMk. De verschillende doelgroepen zullen worden attent gemaakt op de beschikbaarheid van dit handboek via de gebruikelijke communicatiekanalen (pers, e-mailing,
nieuwsgroepen, …).
- De organisatie van een studiedag. Deze studiedag zou bestaan uit verschillende presentaties en workshops, en zal de verschillende doelgroepen aanspreken;
- Het schrijven van enkele artikels over deze materie die kunnen worden verspreid via gespecialiseerde kanalen (gespecialiseerde tijdschriften, nieuwsgroepen, …);
- Het verwerken van de onderzoeksresultaten in enkele presentaties over de problematiek van de langetermijnbewaring van mediakunst. Deze presentaties zullen gratis ter beschikking worden gesteld aan onderwijsinstellingen in Vlaanderen en Nederland;
- Het verspreiden van een aantal beleidsaanbevelingen voor de overheid i.v.m. de langetermijnbewaring van mediakunst.
Het eerste beoogde effect hiervan was dat de reeks bovenvermelde videogebaseerde werken en computergebaseerde werken, waarvan een groot deel in publieke collecties in Vlaanderen is opgenomen, beter zullen worden geconserveerd.
Door de verspreiding van de richtlijnen onder de musea, de Vlaamse overheid, de kunstenaars, de galerijen en andere kunstverzamelaars, het onderwijs en de verzamelaars van in onbruik geraakte apparatuur was het tweede beoogde effect een grotere aandacht voor deze specifieke problematiek in zowel de Vlaamse als de Nederlandse kunstensector.
Een grotere aandacht én het bestaan van praktische richtlijnen en een inventaris zal zowel in Vlaanderen als Nederland resulteren in:
1. Een aanzienlijke verlenging van de levensduur van bepaalde audiovisuele kunstwerken, waardoor ze (opnieuw) toegankelijk worden voor het publiek en een levend onderdeel blijven van het cultureel patrimonium. Dit is niet alleen belangrijk omwille van de kwaliteit van de werken zelf, maar ook omdat de werken zijn geproduceerd en/of aangekocht door de musea met publieke middelen (een aantal werken maakt zelfs deel uit van de Collectie Vlaamse Gemeenschap);
2. Een betere bewaring van de authenticiteit van de geconserveerde werken doordat de intentie(s) van de kunstenaars beter worden gerespecteerd.
Een derde beoogde effect was dat musea zoals bv. S.M.A.K. op basis van de onderzoeksresultaten een eigen apparatencollectie kunnen aanleggen waardoor hun afhankelijkheid van derden verkleint wat de bewaring van apparatuur betreft, en dat ze ervaringen en desnoods apparaten kunnen uitwisselen met andere musea die een eigen
apparatencollectie hebben aangelegd.
Om deze effecten te bereiken was een schaalvergroting door de Vlaams-Nederlandse samenwerking essentieel. Een grensoverschrijdende samenwerking over deze problematiek drong zich op door de specificiteit van het onderwerp, de nood aan feedback van collega’s, de verspreiding van de (in onbruik geraakte) apparatuur, de beperkte middelen in onze sector, de kleine oppervlakte van Vlaanderen en Nederland en de korte afstand en de gemeenschappelijke taal. De schaalvergroting en grensoverschrijdende samenwerking zullen de voorgestelde praktische richtlijnen ook een grotere legitimering bezorgen in de sector.
Methodieken:
De onderstaande metthodieken volgden niet noodzakelijk chronologisch op elkaar, maar konden ook parallel lopen.
Aan de hand van bronnenonderzoek, enquêtes, casestudies en rondetafelgesprekken
- best practices verzamelen voor de bewaring, migratie en emulatie van videogebaseerde en computergebaseerde kunstwerken die worden bedreigd door het in onbruik raken van afspeel- en weergaveapparatuur, en voor de bewaring van de benodigde apparatuur;
- in onbruik geraakte afspeel- en weergaveapparatuur voor video- en computergebaseerde werken inventariseren die nog beschikbaar is bij belangrijke spelers m.b.t. de conservering van audiovisuele kunst én in enkele wetenschapsmusea in België en Nederland (en in enkele omliggende landen), en die noodzakelijk is om een bepaalde audiovisuele kunstwerken uit publieke collecties in Vlaanderen en Nederland nog te kunnen vertonen;
- in kaart brengen van personen en labo’s uit België en Nederland (en in enkele omliggende landen) die nog de nodige technische kennis en ervaring bezitten om dergelijke in onbruik geraakte afspeel- en weergaveapparatuur voor computergebaseerde werken te onderhouden.
Op basis van de resultaten hiervan werden richtlijnen opgesteld voor de bewaring, migratie en emulatie van afspeel- en weergaveapparatuur voor video- en computergebaseerde werken. Deze richtlijnen werden gepubliceerd en in een studiedag gepresenteerd.
Delen van de opgedane kennis en ervaring met de sector:
PACKED en het NIMk zouden een onderzoeksrapport in twee delen publiceren, telkens na afloop van een onderzoeksfase. Deze onderzoeksrapporten krijgen de vorm van een handboek dat gratis downloadbaar zal zijn via de websites van PACKED en het NIMk. Dit handboek zal ervoor zorgen dat er voor de bewaring van de bestudeerde (en andere) werken in de toekomst kan worden verder gebouwd op de reeds opgedane ervaring en kennis.
Naast de verspreiding van het handboek zou een studiedag worden georganiseerd waarop de onderzoeksresultaten worden bekend gemaakt. De verspreiding van de kennis en expertise vermindert de kans dat ze verloren gaan.
PACKED en NIMk schreven enkele artikels over deze materie die kunnen worden verspreid via gespecialiseerde kanalen (gespecialiseerde tijdschriften, nieuwsgroepen, …). De beschikbaarheid van deze artikels vermindert de kans dat de achterliggende kennis en expertise verloren gaan.
Beide organisaties verwerkten de onderzoeksresultaten in enkele presentaties over de problematiek van de langetermijnbewaring van mediakunst. Deze presentaties zullen gratis ter beschikking worden gesteld aan onderwijsinstellingen in Vlaanderen en Nederland. De beschikbaarheid van deze presentaties vermindert de kans dat de achterliggende kennis en expertise verloren gaan.
PACKED en NIMk zullen een aantal beleidsaanbevelingen voor de overheid verspreiden i.v.m. de langetermijnbewaring van mediakunst.
Zowel PACKED als het NIMk hebben in hun hoedanigheid van expertisecentrum een loketfunctie. Dit garandeert dat de uitwisseling van de opgedane kennis en ervaring niet zal beperkt blijven tot enkele eenmalige activiteiten. Tijdens de beantwoording van vragen rond conservering en de daaraan gekoppelde dienstverlening zal in de toekomst steeds kunnen worden teruggegrepen naar de resultaten van dit onderzoek.
Doelgroepen:
Dit project richtte zich tegelijkertijd tot verschillende doelgroepen. Hierin kon men een onderscheid maken tussen de primaire en de secundaire doelgroepen.
De primaire doelgroepen waren:
1. M HKA, S.M.A.K, Stedelijk Museum Amsterdam, Kröller Müller Museum en Instituut Collectie Nederland: een aantal werken die het uitgangspunt vormden voor dit project komen uit hun collecties.
2. De Vlaamse overheid: een aantal werken die het uitgangspunt vormden voor dit project komen uit de Collectie Vlaamse Gemeenschap. Het ontbreekt de overheid vandaag aan kennis over de uiteenlopende aspecten van de langetermijnbewaring van mediakunst. Deze kennis is noodzakelijk om voor de eigen collectie te zorgen. Niet alle audiovisuele werken van de Vlaamse overheid worden immers bewaard in M HKA en S.M.A.K., sommigen worden bewaard in het centraal depot van de Vlaamse overheid zelf. Bovendien is deze kennis noodzakelijk is om, in overleg met de sector, een gepast beleid over deze materie uit te stippelen.
3. Andere musea: in verschillende musea werd doorheen de jaren kennis opgebouwd rond de bewaring van traditionele kunstvormen (zoals schilder- en beeldhouwkunst). Mediakunst is een relatief nieuwe kunstvorm die pas sinds kort opduikt in museale collecties. De conserveringstraditie rond mediakunst staat in deze instellingen (vooral in Vlaanderen) nog vaak in de kinderschoenen.
De secundaire doelgroepen waren:
1. Kunstenaars: hoewel de meeste mediakunstenaars een uitgebreide praktische kennis bezitten over de omgang met hun materiaal en apparatuur, ontbreekt het hen vaak aan de nodige, specifieke kennis die noodzakelijk is voor de langetermijnbewaring van hun werk.
2. Galerijen en particuliere kunstverzamelaars: de mediakunst komt niet alleen steeds vaker terecht in musea, men kan ze ook moeilijk nog wegdenken uit het private kunstcircuit. Net als in musea, staat ook in galerijen en private collecties de conserveringstraditie rond mediakunst nog in de kinderschoenen.
3. Onderwijs: binnen de academische opleiding rond het behoud en beheer van hedendaagse kunst, is er op dit moment amper aandacht voor de langetermijnbewaring van mediakunst. Ook in de kunstopleiding zelf, waar de kunstenaars van de toekomst worden gevormd, is hiervoor weinig belangstelling.
4. Verzamelaars van in onbruik geraakte audiovisuele apparatuur: de in onbruik geraakte afspeel- en weergaveapparatuur bevindt zich niet enkel bij die de instellingen en personen die de kunstwerken verzamelen, maar ook bij videolabo’s, verhuurbedrijven, privé-verzamelaars, … Zij zijn zich vaak niet bewust van het belang van hun apparatuur voor het overleven van mediakunstwerken.
In het kader van dit project werden meerdere interviews afgenomen die gepubliceerd werden op deze website in de sectie 'Interviews'. U kan deze ook lezen door te klikken op de links hieronder. Meer interviews zullen tijdens de komende maanden aan deze lijst toegevoegd worden.
- Interview met het Institut National de l'Audiovisuel (INA)
- Interview met Jean Herben
- Interview met Pip Laurenson
- Interview met Christoph Blase
- Interview met Marc Vandeputte
- Interview met Mona Jimenez
- Interview met Joanna Phillips
- Interview met René Paquet
- Interview met Bruno Burtre
Artikels die in het kader van het project geschreven zijn, werden gepubliceerd op deze website in de sectie 'Artikels'. U kan deze ook lezen door te klikken op de links hieronder.
- Gaby Wijers, Ethics and practices of media art conservation a work in progress 0.5 (in het Engels)
- Emanuel Lorrain, Gestion des équipements pour les installations vidéo (in het Frans)
Het Obsolete Equipment project was een samenwerking tussen PACKED en het NIMk die elk in eigen land fungeren als expertisecentrum voor de archivering en conservering van mediakunst. Deze samenwerking maakt het mogelijk om in beide landen de bovenvermelde doelgroepen te bereiken. Hierbij hebben PACKED en NIMk intensief samengewerkt met M HKA, S.M.A.K., Kröller-Müller Museum, Stedelijk Museum Amsterdam en het Instituut Collectie Nederland.
De samenwerking bood de mogelijkheid om de kennis en de ervaring die PACKED en het NIMk tijdens het project vergaarden met elkaar te delen.
Dit project kon gerealiseerd worden met steun van de Vlaamse Overheid.